Scholengemeenschap Katholiek Secundair Onderwijs Denderland

Van BaO naar SO

 
 

Voor een 12-jarige is de overstap van basisonderwijs naar secundair onderwijs behoorlijk groot.
Naast het veranderen van school, moet het kind zich ook aanpassen aan een totaal andere werkwijze.

Waar in het basisonderwijs alle vakken werden onderwezen door één leerkracht, zullen in het secundair onderwijs de lessen worden gegeven door een team leerkrachten.
De band tussen leerling en leerkracht is dus ook veel minder sterk dan in het BaO.

Daarenboven worden andere werkvormen toegepast. Zo wordt bvb meer beroep gedaan op een grotere zelfstandigheid van de leerling.

Leren

Leren is een proces waarbij de lerende op een actieve en constructieve manier informatie bewerkt en verwerkt tot functionele kennis en kunde. Het is een cumulatief proces: men bouwt steeds verder op of men verfijnt de verworven kennis. Het proces is contextueel: samen met de kennis en kunde die wordt opgebouwd, wordt steeds ook informatie uit de leercontext opgenomen.
Er zijn enkele maatschappelijke ontwikkelingen die gevolgen hebben voor het onderwijzen:

De kennis verandert snel: kennis leren verwerven wordt belangrijker dan de kennis zelf.
Explosieve groei van ICT: klassikaal , frontaal onderwijs wordt teruggedrongen.
Toenemende individualisering: uniformiteit lijkt voorbij.
Een verschuiving van aanbod- naar vraagsturing: de ll. wordt klant.
Door die ontwikkelingen wordt het doel van onderwijzen niet alleen

het bijbrengen van kennis en vaardigheden
maar ook het bijbrengen van leer- en probleemoplossende vaardigheden.
De school leert de jongeren omgaan met de veelheid van informatie en het persoonlijk verwerken ervan. Alle vormen van zelfontdekkend leren kunnen hierbij helpen.
Door deze ontwikkeling moet men de visie op onderwijs nuanceren.

Vroeger stelde men dat elk onderwijsniveau een voorbereiding was op het volgende. Nu stelt men dat het BaO niet zomaar voorbereidt op het secundair, maar dat dit basisonderwijs een schakel vormt in het ononderbroken ontwikkelingsproces van elke persoon ( van 2,5 tot 18 jaar). De scharnierpunten mogen geen breekpunten zijn. Daarom is het belangrijk dat de overgang tussen BaO en SO zo vlot mogelijk verloopt.

Zelfstandig werken in het BaO
Wat?
Bij zelfstandig werken bepaalt de leraar het leerdoel, de taken, en de manier waarop die uitgevoerd worden. De leraar stuurt, controleert en evalueert. De leerlingen voeren de opdracht zo zelfstandig mogelijk uit, individueel of in groep.

Hoe?
Een werkvorm waarbij die leervaardigheden op een volwaardige manier aan bod komt is het contractwerk.

Zelfstandig LEREN in het SO
Bij zelfstandig leren zal de leraar bepaalde leerbeslissingen uitbesteden aan de leerling. Die beslissingen kunnen betrekking hebben op wat geleerd wordt en hoe geleerd wordt.
Het kenmerkend verschil met zelfstandig werken is dat de leerlingen niet alleen worden aangezet tot het zelfstandig uitvoeren van leertaken zoals in het BaO maar ook tot het :

zelfstandig plannen
sturen
bewaken
evalueren van hun leerproces
Ze verwerven op die manier niet alleen zelfstandigheid in het uitvoeren van taken, maar leren ook ontdekken hoe zij best leren.

Centraal in het zelfstandig werk is het leerproces.

Van zelfstandig WERKEN naar zelfstandig LEREN
Men zou denken dat zelfstandig werken en zelfstandig leren opeenvolgende fases zijn in een proces waarbij de leraar steeds meer beslissingen aan de leerlingen overlaat.
In de praktijk ziet men dat die overgang niet altijd probleemloos verloopt.

Zelfstandig werken is een voorwaarde is om tot zelfstandig leren te komen. Een uitstekende overgangsmogelijkheid tussen zelfstandig werken en zelfstandig leren is zelfstandig samenwerken.

De uitdaging waarvoor scholen staan is een weg te bedenken om via allerlei vormen van zelfstandig werk leerlingen te brengen tot zelfstandig leren. Dit betekent dat in de lessen veelvuldig aandacht besteed wordt aan vaardigheden zoals het zelf kunnen plannen, zelf leeractiviteiten en leermiddelen kiezen en gebruiken, reflecteren over het eigen leerproces, ...

Het is zeker niet de bedoeling dit in elke les toe te passen, maar een variatie aan actieve werkvormen kan alleen maar de leerlingen ten goede komen.

De leereffecten zijn:

14 % van wat we horen
22 % van wat we zien
30 % van wat we anderen zien doen
72 % van wat gekoppeld wordt aan eigen ervaringen
83 % van wat we in uitdagende opdrachten moeten doen
92 % van wat we anderen uitleggen

 
           
 


Historiek

Wat is een SG?

Organigram

Navorming

Van BaO naar SO

Home

   
     
   
       
           
     
           
           
   
                   
DENDEREND (W)ONDERWIJS